Generatie I
I Simon Eland is begraven op donderdag 28 maart 1771 in Delft (Zh) (Oude Kerk) (DTB Delft inv. 51 folio 81v).
Simon gaat in ondertrouw op zaterdag 3 mei 1732 in Delft (Zh) (DTB Delft inv. 27) met Maria van der Borst. Maria is begraven op zaterdag 19 december 1778 in Delft (Zh) (Oude Kerk) (DTB Delft inv.51).
Van Simon en Maria is een kind bekend:
1 Cornelis Eland is gedoopt op dinsdag 28 april 1733 in Delft (Zh) (DTB Delft inv. 13, folio 261v), zie II.
Generatie II
II Cornelis Eland, zoon van Simon Eland (I) en Maria van der Borst, is gedoopt op dinsdag 28 april 1733 in Delft (Zh) (DTB Delft inv. 13, folio 261v), is overleden voor maandag 13 juli 1818. Cornelis werd hoogstens 85 jaar, 2 maanden en 15 dagen.
Cornelis gaat in ondertrouw op zaterdag 16 mei 1767 in Delft (Zh), trouwt op zondag 31 mei 1767 in Delft (Zh) (DTB Delft inv.93) op 34-jarige leeftijd met Petronella Bouwmeester, dochter van Hendrik Bouwmeester en Anna van Rijn. Petronella is overleden voor maandag 13 juli 1818.
inventarisnummer: 5238
aktenummer: 284
bladzijde: 1v
datum: 13-07-1818
inhoud: Simon Eland, predikant, wonende op "Rhijnleven" te Koudekerk, machtigt Hendrik Delfos, procureur te Leiden, om te compareren ter griffie der rechtbank van eerste aanleg te Leiden en aldaar in naam van de volmachtgever te verklaren dat hij zuiver en eenvoudig afstand doet van de portie erfenis hem aangekomen uit de nalatenschap van zijn moeder Petronella Bouwmeester, weduwe van Cornelis Eland.
plaatsnaam: Koudekerk aan den Rijn
Van Cornelis en Petronella zijn vier kinderen bekend:
1 Simon Eland is gedoopt op zondag 28 februari 1768 in Delft (Zh) (DTB Delft inv.62, folio 13), zie III.
2 Petronella Eland is gedoopt op zondag 22 april 1770 in Delft (Zh) (DTB Delft inv.62, folio 35v), is overleden op vrijdag 7 augustus 1801. Petronella werd 31 jaar, 3 maanden en 16 dagen.
Petronella gaat in ondertrouw op zaterdag 4 september 1790 in Delft (Zh) (DTB Delft inv.31), trouwt op zondag 19 september 1790 in Delft (Zh) (DTB Delft inv.93) op 20-jarige leeftijd met Gerrit van Deventer. Gerrit is geboren in Leiden (Zh).
Gerrit was later gehuwd (2) met Johanna Maria Boom.
3 Maria Eland is gedoopt op donderdag 10 maart 1774 in Delft (Zh) (DTB Delft inv.62, folio 71v).
4 Anna Eland is gedoopt op donderdag 23 januari 1783 in Delft (Zh) (DTB Delft inv. 62, folio 140), is overleden op zaterdag 23 mei 1812 in Leiden (Zh) (BS Leiden 1812). Anna werd 29 jaar en 4 maanden.
Anna gaat in ondertrouw op donderdag 7 april 1803 in Leiden (Zh), trouwt op zondag 24 april 1803 in Leiden (Zh) op 20-jarige leeftijd met de 20-jarige Dirk Jan van Bleijkersveld Dermout, zoon van Jan Dermout ((junior)) en Belina Bleykersveld. Dirk, vroedmeester, is geboren in 1783 in Leiden (Zh), is overleden na maandag 14 november 1814. Dirk werd minstens 31 jaar.
Generatie III
III Simon Eland, zoon van Cornelis Eland (II) en Petronella Bouwmeester, predikant, is gedoopt op zondag 28 februari 1768 in Delft (Zh) (DTB Delft inv.62, folio 13), is overleden op maandag 12 december 1831 in Koudekerk aan den Rijn (Zh). Simon werd 63 jaar, 9 maanden en 14 dagen.
repertorium Koudekerk aan den Rijn 1830-1833
inventarisnummer 5244; aktenummer 1179; bladzijde 9v
datum 05-01-1832
Olographisch testament van Simon Eland, predikant te Koudekerk, overleden aldaar op 12-12-1831, met de acten van overgifte aan de president der rechtbank van eerste aanleg te Leiden, in overneming door mij, notaris, te rangschikken onder de minuten.
inventarisnummer 5237
aktenummer 261
bladzijde 11
datum: 07-04-1818
inhoud: Simon Eland, predikant wonende te Koudekerk, in kwaliteit als algemeen erfgenaam van zijn overleden echtgenote Margaretha Spoors, stemt toe in de doorhaling der inschrijving, gedaan ten verzoeke van gemelde Margaretha Spoors op 16-07-1813 in deel 30 nummer 170 ten kantore van de bewaarder der hypotheken te Leiden, ten laste van Aart van Vliet, rietdekker te Koudekerk.
plaatsnaam: Koudekerk aan den Rijn
Simon gaat in ondertrouw op zaterdag 4 augustus 1792 in Delft (Zh), trouwt op dinsdag 21 augustus 1792 in Delft (Zh) (DTB Delft inv. 32) op 24-jarige leeftijd (1) met Elisabeth van den Briel. Elisabeth is overleden voor maandag 26 april 1813.
Van Simon en Elisabeth zijn vier kinderen bekend:
1 Cornelia Petronella Eland is geboren in Reeuwijk (Zh), is gedoopt op dinsdag 3 mei 1796 in Leiden (Zh), zie IV-A.
2 Elizabeth Simonda Hendrika Eland is geboren rond 1798 in Koudekerk aan den Rijn (Zh), zie IV-B.
3 Margaretha Spoors Eland is geboren in 1799 in Koudekerk aan den Rijn (Zh), zie IV-C.
4 Gerard Spoors Eland, azijnmaker en burgemeester van Koudekerk, is geboren rond 1801.
Simon was gehuwd (2) met Margaretha Spoors. Margaretha is overleden voor dinsdag 7 april 1818.
Simon gaat in ondertrouw op zondag 22 april 1821 in Koudekerk aan den Rijn (Zh) en op 29 april 1821, trouwt op donderdag 3 mei 1821 in Koudekerk aan den Rijn (Zh) (BS Koudekerk aan den Rijn inv.nr. D13; fol. 3v) op 53-jarige leeftijd (3) met de 65-jarige Maria Anna van Baggen, dochter van Nicolaas Jan Pook van Baggen en Cornelia Oosterland. Maria is geboren op zondag 25 april 1756 in Voorhout (Nh), is overleden op zondag 13 oktober 1833 18.30 uur in Brielle (Zh) (BS Brielle akte 206). Maria werd 77 jaar, 5 maanden en 18 dagen.
Anna Maria van Baggen eerder weduwe van Joannes Arnoldus Lette en thans gehuwd met Simon Eland predikant te Koudekerk buiten gemeenschap van goederen verklaart toe te stemmen in en de hypotheekbewaarder in den Briel te machtigen tot de doorhaling van de inschrijving genomen te zijnen kantore op 05/08/1821 in deel 13 nr 3 tlv Hendrik Lolkus eigenaar wonende Oostvoorne.
Aktedatum 30/07/1821
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1221
Aard van de akte consent
Naam notaris H.M. van Andel
Copie authentiek van een expeditie van een acte op 15/09/1830 voor Huibert Struik openbaar nts te Dordrecht verleden houdende afstand en overdracht door Gerrit Kornelis ´t Hooft te Dordrecht aan en tbv Maria Anna van Baggen gehuwd met Simon Eland beiden te Koudekerk aan den IJssel van een schuldhypotheekbrief van 5000 gld door Arie Levie en Kaatje Plooster echtelieden wonende te Oostvoorne tbv dezelfde Hooft op 09/06/1817 voor nts Krayenhoff van de Leur in den Briel verleden.
Aktedatum 19/12/1833
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1359
Aard van de akte depositie
Naam notaris Leendert Plooster
Johannes van den Ban, bouwman te Nieuw Helvoet, bekent aan Maria Anna van Baggen, huisvrouw van Simon Eland, predikant te Koudekerke, een schuld van f 1300. Hij verleent hypotheek op een bouwmanswoning onder Nieuw Helvoet op nr. 50 en land in de Langenhoek en de Kruisenhoek.
Aktedatum 12/07/1830
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1297
Aard van de akte schuldbrief
Naam notaris Louis Mijnard van Kruijne
Joris Rietdijk, bouwman te Oudenhoorn, bekent aan Maria Anna van Bagge, weduwe van Simon Eland te Koudekerk aan de Rijn, een schuld van f 3000. Hij verleent hypotheek op: - een bouwmanswoning onder Zuidland in de Scheidelf, n. 171, op boomgaard etc. op nr. 14 - land in het Volgerland van Oudenhoorn met Zuidland bedijkt nr.4, in nr 6, nr.7, 8 en 12 - land onder Oudenhoorn in de Nieuwenoord op nr.14 - land onder Heenvliet in de Ossenhoek op nr. 14 - land onder Abbenbroek in het Volgerland op nr. 9
Aktedatum 08/05/1832
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1299
Aard van de akte schuldbrief
Naam notaris Louis Mijnard van Kruijne
Leendert Doens Rietdijk bouwman wonende Zwartewaal en David Wesdijk commissaris van politie wonende den Briel als instaande voor Maria Anna van Baggen eerder weduwe van Joannes Arnoldus Lette en thans gehuwd met Sr Simon Eland predikant te Koudekerk aan den Rijn. Zij verklaren dat Maria Anna van Baggen ten laste van Rietdijk 2 hypotheken heeft de ene van 2000 gld van 18/11/1820 voor mij nts gepasseerd en de andere van 2000 gld thans pro resto 1000 gld volgens akte van 22/10/1821 gepasseerd voor mij nts waarop nog rente is verschuldigd de eerste sedert 05/11 en de tweede sedert 01 juli laatstleden. Zij komen overeen dat beide kapitalen ineens opeisbaar zijn mits 3 weken van tevoren daarvoor gewaarschuwd. Tot meerdere zekerheid worden de volgende onroerende goederen verbonden: een huis en erf binnen Zwartewaal in het Zuideinde cohier A nummer 17, 56 roe 66 el 11 palmen bouwland onder Zwartewaal in de Noordwesthoek nr 1 en 54 roe 3 el 9 palm bouwland aldaar op nr 2, 29 roe 8 el 56 palm bouwland ald op nr 5 en 38 roe 98 el 58 palm weiland aldaar in de Meeldijk nr 38.
Aktedatum 09/05/1831
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1358
Aard van de akte overeenkomst
Naam notaris Leendert Plooster
Leendert Doens Rietdijk bouwman wonende Zwartewaal schuldig aan Maria Anna van Baggen gehuwd met Ds Simon Eland predikant te Koudekerk aan de Rijn 2000 gld wegens geleend geld. Waarborg 51 gemet 203½ roe wei- en bouwland onder Zwartewaal in de Meelhoek nrs 1 t/m 19, 2 gemet 134½ roe weiland aldaar, 3 gemet 202 roe weiland in Vierpolders in Papenhoek nr 16, 2 gemet 49 roe weiland ald nr 22, 5 gemet 239½ roe zaailand in de Vekhoek in Betjesoek nr 1,2 en 4, 2 gemet 242 roe zaailand ald in Avondhoek nr 7, 2 gemet 88 roe zaailand ald nr 8 en 4 gemet 266 roe zaailand aldaar nr 3.
Aktedatum 22/10/1821
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1354
Aard van de akte schuldbrief
Naam notaris Leendert Plooster
Maria Anna van Baggen, weduwe van Simon Eland te Brielle, eerder wonend te Koudekerke, nu te Brielle, royeert een inschrijving tlv Andries van der Vlies, eigenaar te Hazerswoude.
Aktedatum 09/01/1833
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1301
Aard van de akte royement
Naam notaris Louis Mijnard van Kruijne
Modestus Nobels, bouwman onder Oostvoorne, bekent aan Maria Anna van Bagge, echtgenote van Simon Eland, predikant te Koudekerk, een schuld van f 1800. Hij verleent hypotheek op land in de Kloosterhoek (nrs. 16 en 41), onder Rugge (nr. 13), in Voorwesterland (nr. 29en 30) in het Zuierland in de Omloop (nrs. 38, 39 en 41)
Aktedatum 27/11/1826
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1293
Aard van de akte schuldbrief
Naam notaris Louis Mijnard van Kruijne
Mr Nicolaas Joannes Kornelis Lette procureur wonende den Briel als erfgenaam van zijn vader Joannes Arnoldus Lette gewoond hebbende te Koudekerk aan de Rijn tot na te melden schuldhypotheek voor ¼ gerechtigd verklaart toe te stemmen in en de hypotheekbewaarder in den Briel te machtigen tot de doorhaling van de inschrijving genomen op 24/01/1822 in deel 16 nr 107 tlv Hendrik Tigchelman bouwman wonende Oude Tonge gehuwd met Cornelia Intveld eerder weduwe van Adrianus Ouwerkerk en daarna van Gerrit Slis en tegen gemelde Intveld door Maria Anna van Baggen eerder weduwe van zijn vader en mede-erfgename van dezelfde thans gehuwd met Simon Eland predikant beiden wonende Koudekerk aan den Rijn en Mr Sebastiaan Hendrik Anemaet nts Sommelsdijk wonende Nwe Tonge als vader en voogd over Petrus Nicolaas Joannes Lette Anemaet uit zijn huwelijk met wijlen Maria Joanna Arnoldina Lette verwekt nevens de comparant de overige erfgenamen van Joannes Lette voormeld uit kracht van een schuldhypotheek van 6000 gld door Adrianus Ouwerkerk tbv Leendert Willems Braber voor schout en schepenen van Oude Tonge gepasseerd op 17/03/1794 aan meergemelde Joannes Lette bij akte van cessie door Willem Leenderts Braber bij akte van nts Cornelis Pieters Anemaet te Ooltgensplaat op 18/04/1818 verleden.
Aktedatum 11/08/1823
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1354
Aard van de akte consent
Naam notaris Leendert Plooster
Mr. Nicolaas Johannes Kornelis Lette, weduwnaar van Antoinette Schneiter royeert een inschrijving tbv Maria Anna van Baggen weduwe van Simon Eland en tlv Joris Rietdijk te Oudenhoorn.
Aktedatum 19/05/1838
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1310
Aard van de akte royement
Naam notaris Louis Mijnard van Kruijne
Pieter Arkenbout korenmolenaar wonende Oostvoorne schuldig Anna Maria van Baggen eerder weduwe van Johannes Lette en thans buiten gemeenschap van goederen gehuwd met Simon Eland predikant te Koudekerk 2800 gld wegens geleend geld. Waarborg een stenen windkorenmolen binnnen Oostvoorne aan de Ruigendijk met huis en verder getimmerte namens hem in 1821 gebouwd ongenummerd in het cohier alsmede een gedeelte van de Ruigendijk.
Aktedatum 14/02/1822
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1222
Aard van de akte schuldbrief
Naam notaris H.M. van Andel
Uit de nalatenschap van Bartholomeus Simmonse en Anna Eva Groos worden geveild: - een schuldvordering van f 2800 pro resto tlv Johannes Lammerse, nu koffiehuishouder te Brielle; koper is Johannes Lammerse zelf, voor f 1892 - een schuldvordering van f 1300 pro resto tlv Hendrik Witte, voerman aan het Hoofd te Brielle; koper Maria Anna van Baggen, weduwe van Simon Eland te Brielle - 5/32 deel in een vissloep De Jonge Maartje, varende van Zwartewaal onder administratie van de weduwe van Jan van der Hoeven aldaar; koper is Aart Rietdijk, reder te Zwartewaal. Inliggend procuraties van diverse erfgenamen.
Aktedatum 13/05/1833
Toegangsnummer 110 Notarissen
Inventarisnummer 1396
Aard van de akte veiling
Naam notaris Pieter van Andel
Maria was eerder gehuwd (1) met Joannes Arnoldus Lette.
Generatie IV
IV-A Cornelia Petronella Eland, dochter van Simon Eland (III) en Elisabeth van den Briel, is geboren in Reeuwijk (Zh), is gedoopt op dinsdag 3 mei 1796 in Leiden (Zh), is overleden op dinsdag 27 oktober 1846 in Leiden (Zh) (bron: gezinsregistratie Leiden 1812-1862/overl.adv). Cornelia werd 50 jaar, 5 maanden en 24 dagen.
Cornelia gaat in ondertrouw op zondag 11 april 1813 in Koudekerk aan den Rijn (Zh) en 18 april 1813 te Leiden, trouwt op maandag 26 april 1813 in Koudekerk aan den Rijn (Zh) (BS Koudekerk akte 6) op 16-jarige leeftijd met de 31-jarige Adrianus Hasebroek, zoon van Henricus Hasebroek en Elisabeth Blauw. Adrianus, arts, is geboren op maandag 10 december 1781 in Oude Wetering, is overleden op zaterdag 25 november 1871 15.00 uur in Zoeterwoude (Zh). Adrianus werd 89 jaar, 11 maanden en 15 dagen.
bron: Ria Dessauvagie en Har Meijer (boek "De Blauwe Dood")
Adrianus heeft tijdens de grote cholera-epidemie, die in Leiden uitbrak in 1832, een zeer belangrijke rol gespeeld.
Na de economische opbloei in de 17e en 18e eeuw werd Leiden in de 19e eeuw getroffen door een zware economische teruggang, waardoor de meeste arbeiders hun baan verloren en de armoede behoorlijk toesloeg in de stad. Een van de oorzaken van de snelle verspreiding van "de blauwe dood": geen goede voeding, slechte hygiënische toestanden en het ontbreken van alle hulp van de plaatselijke overheid.
Op zondag 5 augustus 1832 overleed de eerste patiënt aan cholera, een ziekte, waardoor de stad werkelijk werd overvallen. Mazelen, tyfus, malaria, pokken, de arme inwoners van Leiden waren al veel gewend, maar de snelheid waarmee deze nieuwe vreemde ziekte zich verspreidde was een totale verrassing. De ziekte heette officieel Cholera Asiatico, in de volksmond ook wel de kolere genoemd.
Op 8 augustus, 3 dagen na het eerste overlijdensgeval, werd in het Ceciliagasthuis (het plaatselijke ziekenhuis), waar ook de regentenkamer van Leiden was gevestigd, de eerste bespreking gehouden door de Vereniging voor Stadsgenees- en heelkundigen. Adrianus was de president van deze vereniging.
Grootste probleem was de huisvesting van de patiënten. Het Ceciliagasthuis was daar niet voor geschikt, o.a. door de slechte toestand van het gebouw. Om de directe nood te kunnen lenigen werden de eerste patiënten naar het gebouw van het Academisch Ziekenhuis op de Oude Vest gebracht. Probleem was dat de leiding totaal niet voorbereid was op de vele zieken die werden binnengebracht. De eerste 6 patiënten zijn bijna direct na opname overleden. Op 10 augustus werd daarom besloten in de Lakenhal, recht tegenover het ziekenhuis, een 2e cholerahospitaal te openen.
Op de wekelijkse vergadering van 13 augustus werd voornamelijk gesproken over de problemen die Vereniging ondervond bij de contacten met het gemeentebestuur. Het grootste probleem om in de stad iets voor elkaar te krijgen waren de oeverloze gesprekken die de dokters moesten voeren met het College van Burgemeester en Wethouders. Toen Hasebroek een opmerking maakte over de abominabele toestand van de smerige grachten en de ondeugdelijke riolering in de krotten van de achterbuurten, de grote boosdoeners bij het ontstaan en de verspreiding van de ziekte, werd hij onmiddellijk het stadhuis uitgezet.
Hoewel de verhouding tussen de stadsbestuurders en de artsen slecht bleef verscheen er op 20 augustus een pamflet op alle openbare plaatsen in de stad waarop werd aangekondigd dat een 3e hospitaal zou worden geopend in de Kaarssemakersstraat. Inmiddels waren in de 2e week na de uitbraak 129 mensen door de cholera aangetast en 58 patienten overleden.
Tijdens de artsen-vergadering van 20 augustus zijn o.l.v. Adrianus Hasebroek een aantal aanbevelingen opgesteld voor het gemeentebestuur om de ziekte zoveel mogelijk te bestrijden, o.a. het zuiveren van alle straten, sloppen en woningen, kleding en beddengoed, inclusief het verstrekken van wollen dekens. Daarnaast het verstrekken van voedsel, zodat de werkman goed gevoed naar zijn werk kon gaan. Ten 3e moest er streng toezicht komen op de groenten-, vis- en fruitmarkten om te voorkomen dat bedorven voedsel werd verkocht. Door één van de aanwezige stadsgeneesheren werd daar nog aan toegevoegd dat de slechte toestand van het Ceciliagasthuis snel verbeterd moest worden. Deze arts had al een aanvaring met het gemeentebestuur gehad toen hij de deplorabele situatie van dit tijdelijke ziekenhuis te berde had gebracht.
Het antwoord op de vergadering van 27 augustus was voor de aanwezige artsen onthutsend. Hoewel inmiddels het aantal patiënten met 249 was uitgebreid en 108 mensen waren overleden, terwijl de 3 ziekenhuizen niet meer in staat waren nog meer zieken op te nemen, was het antwoord van burgemeester De Mey dat de Minister van Binnenlandse zaken Provinciale Hoofdcommissies en PLaatselijke Choleracommissies had ingesteld om de nodige maatregelen te nemen. De voorstellen van de plaatselijke artsen waren geweldig maar de burgemeester wenste alleen van de diensten van genoemde commissies gebruik te maken. Na wat lopende zaken te hebben doorgenomen werd de vergadering geschorst tot 10 september.
Op deze vergadering kon Hasebroek mededelen dat in de laatste 2 weken "slechts" 152 resp. 119 nieuwe gevallen van cholera waren gemeld. Nog altijd teveel, maar hopelijk betekende het dat de ziekte op zijn retour was.
Dat leverde echter wel een probleem op voor de patiënten die naar huis werden gestuurd. De familieleden konden deze zieken absoluut niet ondersteunen bij het herstel; voedsel, kleding en schoon drinkwater ontbraken in veel gevallen, zodat de meesten alsnog overleden. Het voorstel aan het gemeentebestuur om enkele zalen in de Lakenhal beschikbaar te stellen om deze mensen op te vangen, werd afgewezen. "Er zijn inderdaad lokalen vrij in de Lakenhal, maar die moeten voor de grenadiers van het garnizoen beschikbaar blijven wanneer zij onverhoopt door de cholera worden getroffen" De wethouder zou nog kijken of er eventueel andere mogelijkheden waren.
Verder deelde Hasebroek mede dat de collecte, die op voorstel van alle artsen in Leiden op 28 augustus was gehouden ter leniging van de grote nood, een bedrag had opgeleverd van ƒ 14.914,--. Voor die tijd een gigantisch bedrag. Daarnaast waren grote hoeveelheden kleding, stro en turf gegeven, zoveel zelfs dat daarna in de stalhouderij naast De Burcht grote voorraden daarvan aanwezig waren. Door de commissie die zich zou bezighouden met de verdeling van het geld werd uiteraard enthousiast gereageerd.
Onder strikte geheimhouding vertelde Hasebroek echter dat van het opgehaalde bedrag slecht ƒ 3.253 aan de commissie zou worden uitgekeerd om aan kleding en voedsel uit te geven. Navraag door de comissie bij de burgemeester leverde slechts hoongelach op en de woorden "Zolang er elke dag zoveel mensen aan de cholera overlijden heeft een stadsdokter absoluut het recht niet om zich met andermans zaken te bemoeien". Bovendien merkte hij nog op dat er met die stadsdokters altijd wat was en hij er voor paste om het opgehaalde geld door de commissie te laten verkwanselen.
De aanwezige artsen besloten geen tijd te besteden aan deze beledigingen omdat zij van mening waren dat dat ten koste zou gaan van de verzorging van de patiënten. De volgende vergadering werd vastgesteld op 28 september.
Tijdens deze vergadering werd een lezing gehouden door een van de stadsgeneesheren over zijn ervaringen als behandelend geneesheer in de Lakenhal. Door zijn grote ervaring werd het voor de meeste aanwezigen een interessante bespreking van het ziekteproces. Hij kon het echter niet laten om aan het einde nog een sneer aan het gemeentebestuur te geven.
"Waar vinden we nu de meeste choleralijders? Uiteraard in de Kattepoort, de Rattepoort, de Karresteeg, de Barbarasteeg en in al die andere poorten en stegen waar de paupers als ratten op elkaar wonen. Het is geen wonder dat die sloppen waar het armoedigste soort mensen woont infectiehaarden geworden zijn".
Op 3 oktober werd een speciale vergadering ingelast. Hasebroek had speciaal zijn rood-witte stropdas omgedaan, de kleuren van de stad Leiden. Het was die dag 258 jaar geleden dat Leiden van de Spanjaardedn werd verlost.
Hij prees tijdens zijn toespraak burgemeester Van der Werf die destijds zijn stad ondanks grote tegenspoed magistraal heeft bestuurd.
Voor burgemeester De Mey, die voor het eerst een vergadering bijwoonde, had hij slechts misprijzen. De Mey ontplofte zo ongeveer.
"Kan wel zijn, maar u hebt het ernaar gemaakt" antwoordde Hasebroek slechts. Hij wees er daarbij op dat De Mey en de president van de choleracommissie de dag voor deze vergadering een openbare kennisgeving hadden laten uitgaan dat met ingang van 6 oktober alleen nog in het hospitaal in de Lakenhal patiënten konden worden opgenomen. In het Academisch ziekenhuis was dat niet meer mogelijk omdat dit na de vakantie weer geheel bestemd was voor de hoogleraren en studenten en het ziekenhuis in de Kaarssemakerssttraat zou worden gesloten, het Bureau voor Gezondheid, gevestigd in De Burcht, opgeheven.
Al met al werd het een hele tirade van aantijgingen aan het adres van de burgemeester en wethouder van Gezondheid Conaeus, die ook aanwezig was.
Behoorlijk geschrokken overlegden de twee heren en deelden daarna minzaam mede dat er een nieuw bulletin zou uitgaan met de mededeling dat het Bureau voor Gezondheid en het hospitaal in de Kaarssedmakersstraat voorlopig open zouden blijven. Na afloop van de vergadering pakte Hasebroek 2 wijnglazen van de plank die hij volgoot met wijn. Hij bracht een toast uit op de beide gemeentebestuurders, die zich nu eindelijk manifesteerden als ware stadsbestuurders.
repertorium Koudekerk aan den Rijn 1847-1848
inventarisnummer 12; aktenummer 2211; bladzijde 11;
datum 14-02-1848
Verkoop door Arie van der Vliet Pauluszoon, wonende te Woubrugge, in hoedanigheid als gemachtigde van Adrianus Hasebroek wonende te Leiden, weduwnaar en in legale gemeenschap van goederen gehuwd geweest met Cornelia Petronella Eland en erfgenaam van het beschikbaar deel van haar nalatenschap, zo voor zichzelf als in betrekking van vader en wettige voogd over zijn minderjarige dochter Gerardina Henrietta Hasebroek en van mr. Franciscus Tollens, wonende te Bleiswijk, als in gemeenschap van goederen volgens de tegenwoordige wet gehuwd met Elisabeth Simonda Hasebroek en van Adriana Petronella Hasebroek, meerderjarig en ongehuwd, wonende te Leiden en nog in kwaliteit als gemachtigde van Martinus Adrianus Hartevelt wonende te Utrecht, aan Gerard Spoors Eland, wonende te Koudekerk, van de helft in een bouwmanswoning genaamd Bijkerk met de landen daarbij behorende tesamen uitmakende 33 bunders 80 roeden 12 ellen, staande en gelegen in de Hondsdijkse polder te Koudekerk. Koopsom 8.000 gulden.
Van Adrianus en Cornelia zijn vijf kinderen bekend:
1 Henricus Hasebroek is geboren op donderdag 27 januari 1814 in Leiden (Zh) (BS Leiden 1814), is overleden op woensdag 19 september 1827 in Nieuwe Tonge (Zh) (BS Nieuwe Tonge akte 30). Henricus werd 13 jaar, 7 maanden en 23 dagen.
2 Cornelis Simon Hazebroek is geboren op vrijdag 15 september 1815 in Leiden (Zh), is overleden op dinsdag 3 oktober 1815 in Leiden (Zh). Cornelis werd 18 dagen.
3 Elisabeth Simonda Hasebroek is geboren op zaterdag 4 september 1819 in Leiden (Zh), zie V-A.
4 Adriana Cornelia Petronella Hasebroek is geboren op zaterdag 18 oktober 1823 in Leiden (Zh), zie V-B.
5 Gerardina Henrica Hasebroek is geboren op zondag 8 mei 1831 in Leiden (Zh), is overleden op donderdag 5 november 1903 in Den Haag (Zh). Gerardina werd 72 jaar, 5 maanden en 28 dagen.
Gerardina trouwt op woensdag 24 september 1856 in Leiden (Zh) op 25-jarige leeftijd met de 38-jarige Adrianus Joan Martinus Los, zoon van Daniel Jans Los en Alida van Zeijden. Adrianus, arts, is geboren op woensdag 22 oktober 1817 in Nieuw Beijerland (Zh) (BS NIeuw Beijerland akte 35), is overleden op woensdag 22 oktober 1890 in Den Haag (Zh). Adrianus werd 73 jaar.

IV-B Elizabeth Simonda Hendrika Eland, dochter van Simon Eland (III) en Elisabeth van den Briel, is geboren rond 1798 in Koudekerk aan den Rijn (Zh), is overleden op woensdag 26 januari 1876 in Den Haag (Zh) (BS Den Haag akte 205). Elizabeth werd ongeveer 78 jaar.
Elizabeth gaat in ondertrouw op zondag 28 april 1822 in Koudekerk aan den Rijn (Zh) en op 5 mei 1822 te Oude-Tonge en Ooltgensplaat, trouwt op woensdag 8 mei 1822 in Koudekerk aan den Rijn (Zh) (BS Koudekerk aan den Rijn akte 1) op ongeveer 24-jarige leeftijd met de ongeveer 34-jarige Cornelis Anemaet, zoon van Pieter Anemaet en Arendina van der Valk (Arendje). Cornelis, secretaris en notaris en schout, is geboren rond 1788 in Nieuwe Tonge (Zh), is overleden op vrijdag 5 december 1851 in Oude Tonge (Zh) (BS Oude Tonge akte 93). Cornelis werd ongeveer 63 jaar.
Cornelis was eerder gehuwd (1) met Maria Francisca Josepha van de Cauter.
Van Cornelis en Elizabeth zijn drie kinderen bekend:
1 Arendje Petronella Anemaet is geboren op donderdag 20 november 1823 in Oude Tonge (Zh) (bron: Genlias huwelijksakte 1849), zie V-C.
2 Simon Eland Anemaet is geboren op zondag 3 april 1825 in Oude Tonge (Zh), zie V-D.
3 Elizabet Cornelia Anemaet is geboren rond 1829, is overleden op dinsdag 28 mei 1872 in Bergen op Zoom (Nb) (BS Bergen op Zoom akte 92). Elizabet werd ongeveer 43 jaar.
Elizabet trouwt op woensdag 11 april 1860 in Den Haag (Zh) (BS Den Haag akte 122) op ongeveer 31-jarige leeftijd met de ongeveer 43-jarige Jacobus Petrus de Bruijn, zoon van Jacobus de Bruijn en Pieternella Looijens. Jacobus, medicina doctor, is geboren rond 1817.
IV-C Margaretha Spoors Eland, dochter van Simon Eland (III) en Elisabeth van den Briel, is geboren in 1799 in Koudekerk aan den Rijn (Zh), is overleden in 1879. Margaretha werd 80 jaar.
"Lady in Grijsoord and Klinkerland"
Margaretha gaat in ondertrouw op zondag 28 april 1822 in Koudekerk aan den Rijn (Zh) en op 5 mei 1822 te Leiden, trouwt op woensdag 8 mei 1822 in Koudekerk aan den Rijn (Zh) (BS Koudekerk aan den Rijn inv.nr. D13; fol.2) op 23-jarige leeftijd met de ongeveer 26-jarige Martinus Adrianus Harteveld, zoon van Adrianus Harteveld en Helena Johanna van Niel. Martinus, bierbrouwer, is geboren rond 1796 in Leiden (Zh).
Van Martinus en Margaretha is een kind bekend:
1 Simonetta Elisabeth Hartevelt is geboren rond 1825 in Leiden (Zh).
Simonetta trouwt op donderdag 8 mei 1856 in Utrecht (Ut) (BS Utrecht akte 139) op ongeveer 31-jarige leeftijd met de 35-jarige Johan Rutger Boeije, zoon van Jacobus Boeije en Lena Moolenburgh. Johan is geboren op maandag 22 mei 1820 in Noordgouwe (Ze) (BS Noordgouwe akte 11).
Johan was eerder gehuwd (1) met Arendje Petronella Anemaet (zie V-C).
Generatie V

V-A Elisabeth Simonda Hasebroek, dochter van Adrianus Hasebroek en Cornelia Petronella Eland (IV-A), is geboren op zaterdag 4 september 1819 in Leiden (Zh), is overleden op zaterdag 19 mei 1855 in Bleiswijk (Zh) (BS Bleiswijk akte 23). Elisabeth werd 35 jaar, 8 maanden en 15 dagen.
(Van de dichter Hendrik Tollens verscheen "Bij het graf mijner geliefde schoondochter Elisabeth Simonda Hasebroek, 24 Mei 1855"; Nederlands, 4 pagina's, 23 cm)
Elisabeth trouwt op vrijdag 22 mei 1846 in Leiden (Zh) (BS Leiden akte 97) op 26-jarige leeftijd met de 30-jarige Franciscus Johannes Tollens (Frans), zoon van Henricus Franciscus Caroluszoon Tollens (Hendrik) en Gerbranda Catharina Rivier. Frans is geboren op woensdag 21 juni 1815 in Rotterdam (Zh) (BS Rotterdam a232v).
De burgermeester aan lager wal (1868)
Van 1845 tot 1868 was Frans Johannes Tollens, een zoon van de dichter Hendrik Tollens, burgemeester van Bleiswijk en Moerkapelle. Aanvankelijk leek alles in zijn functioneren naar wens te verlopen. Probleemloos werd hij een aantal malen herbenoemd tot burgemeester. Maar van 1865 ging het sterk bergafwaarts met hem. In 1868 was het weer tijd voor zijn herbenoeming, maar bij de Commissaris des Konings waren klachten ter ore gekomen over het functioneren van Tollens, waar hij meer van wilde weten. Vertrouwelijk liet hij brieven uitgaan naar de burgemeesters van Zevenhuizen, Waddinxveen en Berkel. Er waren geruchten dat Tollens zich "herhaaldelijk schuldig maakte aan misbruik van sterke drank", waardoor hij alle gezag onder de Bleiswijkse bevolking heeft verloren. De wethouders zouden in zijn wangedrag berusten omdat zij hierdoor vrij spel kregen in het besturen van de gemeente. Het administratieve gedeelte werd uitsluitend overgelaten aan secretaris Cornelis van der Plas. Brieven, gericht aan de burgemeester, bleven maandenlang onbeantwoord.
Overigens werden de burgemeesters van Bergschenhoek en Hillegersberg niet aangeschreven omdat deze "liever praatjes opneemt dan zelf onderzoekt en hoegenaamd geen begrip van delicatesse heeft". Burgemeester Nederveen van Zevenhuizen schreef op 16 oktober 1868 dat Tollens inderdaad aan sterke drank te buiten gaat waardoor "geen achting ... en mist alle ontzag". Volgens Nederveen was wethouder Leendert Breugem hem niet ongenegen, terwijl wethouder Huibert Uitdenbogerd hem veel minder hoog had staan. Ook schreef hij dat de voormalige wethouder van Moerkapelle (Valkenburg) "vele grieven tegen het hoofd der gemeente" had.
Meer details wist burgemeester Le Fevre de Montigny van Berkel te melden (18 oktober 1868). Ook hij bevestigde de drankzucht van Tollens "in deze streek zeer bekend". Volgens de schrijver is hem meermalen verzekerd dat "te Bleiswijk ieder baas is en de burgemeester er niets te zeggen heeft". De beide wethouders vonden het volgens hem wel prima zo en werden zelfs, naar men zegt, "'s avonds met de burgemeester in de herberg aangetroffen". Onderwijl leidde Cornelis van der Plas op eigen houtje de gemeentezaken. Steeds meer wendden de inwoners zich tot hem over diverse aangelegenheden. Over Tollens zegt hij: "ik begrijp niet hoe hij het zo lang houdt, als hij Plas niet had, was hij al lang weg". Le Fevre de Montigny had slechts enkele malen persoonlijk contact met Tollens, maar was ook weer blij als hij weer van hem af was, "aangezien zijn vreemd toilet en opgewonden wijze van zijn, hem zeer in het oog deden vallen". Een typerend voorbeeld was zijn gedrag tijdens de grote brand in de boerderij van Leendert Breugem die van 5 tot 8 augustus 1868 woedde. Bij deze brand gingen de stallen en de hooibergen volledig verloren. De gehele mannelijke bevolking werd bij het blussen ingeschakeld (en later ook voor uitbetaald). Assistentie werd verleend door de brandspuiten van Moerkapelle, Berkel en Bergschenhoek. De Berkelse burgemeester kwam ook persoonlijk poolshoogte nemen. Daar zag hij zijn Bleiswijkse ambtgenoot terug. Tollens zag er zeer slordig uit, was "apres boire, de man maakte zooveel beweging, dat ik mij haastte om van hem ontslagen te worden". Hiet viel hem op dat niemand hem groette of beleefd tegen hem deed. De oorzaak van de brand bij Breugem was hooibroei "doch dat de burgemeester tengevolge van de dreigementen van de eigenaar, dezelve niet durfde te laten roeren". Ook de brandspuiten waren volgens hem in slechte staat. Zijn veldwachter, Kochlik, zag Tollens met een "roode steenen pan vol bier" op de weg slepen, in de richting van de brandmeester. Later scheen Tollens met hem in de herberg te zijn gedoken. Het volk zeide: "hij neemt de brandmeester net zoo lang mee, tot ze hem meenemen".
De Berkelse veldwachter ging zelf bij de herberg van Johannes van Amstel langs, waar bevestigd werd dat Tollens daar tot de vaste stamgasten behoorde. Hij kreeg daar ook het volgende voorval te horen. In dezelfde herberg werd een wedstrijdje biljarten belegd. De verliezer moest 24 flessen wijn betalen. Tollens was de verliezer en nog een slechte ook. Toen hij zich over het verliezen liep te beklagen, tilde de aanwezigen hem op en legden hem languit neer op het biljart. Uit nijd dronk hij enkele glazen wijn van een ander op, die hem bij zijn kraag vatte en buiten de deur zette. Ook werd er nog bijgezegd dat hij steeds in "ongeoorloofde betrekking zoude hebben gestaan tot achtereenvolgende dienstboden en thans geengageerd zoude zijn met zijn huishoudster, eene buffetjuffrouw uit een Rotterdamsche herberg". Verder werd Tollens, als hij dronken over straat zwalkte, door de straatjongens nagejouwd.
Gezien deze informatie besloot de Commissaris des Konings Tollens niet meer voor herbenoeming voor te dragen. Er werd een onderzoek naar zijn gedragingen ingesteld en stuurde dhr. A. van der Velde van de provinciale griffie naar Bleiswijk voor een diepgaand onderzoek. Hij sprak hier met Tollens, de twee wethouders, de vier gemeenteraadsleden, Cornelis van der Plas, gemeenteontvanger J. van Mazijk, hoofdonderwijzer Jan Laan, dokter Jan Mensma van Willis, dominee Lantzendorffer, de Zoetermeerse notaris Van de Broek en pastoor Matzer. Naar Moerkapelle ging hij niet meer, hij wist genoeg. De beschuldigingen bleken maar al te waar. Iedereen was het er over eens dat Tollens te veel dronk. Het felst was dominee Lantzendorffer, die bepaald niet een goede verstandhouding met Tollens had. Van achting was bij hem geen sprake, hooguit medelijden. Ook de raadsleden hadden de burgemeester onder de duim. Orde en politie was er niet. Iedereen deed wat goed was in eigen ogen. Bleiswijk bleek in de verre omtrek bekend te staan als de "Vrije heerlijkheid van Bleiswijk" omdat geen enkele overtreding werd vervolgd of gestraft. Volgens de dominee droegen Tollens' ongelukkige huiselijke omstandigheden hieraan mee. Tenslotte zei Lantenzdorffer nog dat Tollens zijn toevlucht zocht bij "Jan Rap", terwijl de meer fatsoenlijke mensen hem meden.
De CdK was nu overtuigd dat Tollens niet kon aanblijven en drong bij hem op aan zelf zijn ontslag te nemen. Dan kreeg hij deze 'eervol' mee, waardoor de schande van oneervol ontslag hem bespaard zou blijven. Zo geschiedde. Zijn opvolger werd P.C. Stoop, burgemeester van Benthuizen. Op hem de schone taak om het gezag van de burgemeester in Bleiswijk te herstellen en orde op zaken te zetten.
NB. Dit artikel betreft een bewerking van een artikel van W. Paul in Verleden Tijdschrift nr. 8 (1992), pag. 42 - 47. Op zijn beurt raadpleegde hij het archief van de CdK in het Algemeen Rijksarchief (nu Nationaal Archief).
Franciscus was een zoon van de dichter Hendrik Tollens
Hendrik Tollens was de eerste echte dichter des vaderlands.
Hij was er bij toen het moderne Nederland ontstond en hij dichtte erover.
Tollens kreeg dan ook een standbeeld, twee zelfs: één in Rotterdam, waar hij in 1780 werd geboren, en één in Rijswijk, waar hij stierf in 1856.
Toen hij jong was, maakte hij vertalingen en schreef hij herderszangen met overdadige sentimenten en een erotisch tintje, en ook strijdliederen voor opstandelingen.
Wat maakte Tollens uiteindelijk dan de in steen vereeuwigde dichter des vaderlands?
Tollens’ opvoeding had hem niet echt geholpen om later een groot dichter te worden.
Zijn vader was van Belgische afkomst en zat in de verfhandel.
Hendrik volgde daarom ook een handelsopleiding op een rooms-katholieke kostschool in Elten, waarna hij makkelijk het verfbedrijf van zijn vader overnam.
Maar dat deed hij met tegenzin.
Hij leerde op zijn eentje de regels van de taal en van de dichtkunst.
En langzamerhand zocht Tollens ook vrienden buiten de verf.
Hij koos voor de toneelwereld en trouwde met een toneelactrice, Gerbranda Catharina Rivier, dochter van toneelschrijver Simon Rivier.
Intussen had Tollens zijn pen al geoefend met die strijdliederen en die sentimentele en erotische herderszangen.
Maar daar oogstte hij zijn grote roem niet mee.
Wel met zijn eenvoudige toegankelijke poëzie over huiselijke onderwerpen en met romances als Jan van Schaffelaar en Michiel de Ruiter.
Daarin bezong hij helden uit het verleden.
Dat verleden kon immers richting geven aan de woelige tijden rond 1800, waarin Nederland een burgeroorlog en een Franse overheersing kende.
Een gemeenschappelijke geschiedenis zou kunnen bijdragen aan de verzoening tussen de verschillende partijen, die hij nodig vond.
En de herinnering aan oude helden kon de natie opnieuw zelfvertrouwen geven.
Tollens wilde de Nederlandse natie een luisterrijke geschiedenis in dichtvorm geven.
Tollens’ nationaal gevoel bereikte in 1817 een hoogtepunt, toen hij het Volkslied schreef.
Dat begon:
Wien Neerlandsch bloed in de aders vloeit,
Van vreemde smetten vrij,
Wiens hart voor land en koning gloeit,
Verheff' den zang als wij
Kort daarna, in 1819, verscheen zijn grootste dichtwerk: het bekroonde Tafereel van de overwintering der Hollanders op Nova Zembla in de jaren 1596 en 1597. Daarnaast schreef hij veel liefdadigheidsgedichten.
De opbrengst ervan ging naar slachtofferhulp.
Tollens was nu al lang niet meer die vertaler en herderdichter van toen hij jong was.
Tollens was bijzonder populair.
Daar zorgden vooral zijn huiselijke gedichten voor, waarin hij niet ’s lands helden maar het burgerlijke leven van alledag bezong.
Het leven zoals het moest zijn: met geluk in het gezin, vertrouwen in het vaderland en geloof in God.
‘Op den eersten tand van mijn jongstgeboren zoontje’ schreef hij:
Triomf, triomf! hef aan, mijn luit,
Want moeder zegt: de tand is uit!
De huiselijke gedichten waren zeer toegankelijk geschreven, met niet te veel heftige romantische emoties en ook niet te gezocht klassiek van vorm.
Herkenbaarheid stond voorop.
Het kleine van de burger maakte van Tollens een populaire dichter, zoals de geschiedenis van het land hem een geprezen dichter maakte.
Zo werd Tollens de eerste echt nationale dichter: hij dichtte voor en over de burger en hij dichtte voor en over de natie.
Aan het eind van zijn leven trok Tollens zich terug in een herenhuis in Rijswijk, bekend als ‘het Tollenshuis’.
De natie herinnerde zich hem lang, in een rijtje met twee andere nationale dichters: Bilderdijk en Helmers.
Koning Willem III huldigde zijn standbeeld in.
Zijn zeventigste verjaardag was een groot nationaal feest, zijn overlijden een nationale ramp.
Van Frans en Elisabeth zijn vier kinderen bekend:
1 Hendrica Francisca Tollens is geboren op vrijdag 25 februari 1848 in Bleiswijk (Zh).
2 Adriaan Tollens is geboren op donderdag 7 februari 1850 in Bleiswijk (Zh) (BS Bleiswijk akte 6).
3 Cornelis Gerbrand Tollens is geboren op zondag 16 november 1851 in Bleiswijk (Zh) (BS Bleiswijk akte 51), is overleden op donderdag 27 november 1851 in Bleiswijk (Zh) (BS Bleiswijk akte 3). Cornelis werd 11 dagen.
4 Maria Petronella Tollens is geboren op zaterdag 8 januari 1853 in Bleiswijk (Zh).
V-B Adriana Cornelia Petronella Hasebroek, dochter van Adrianus Hasebroek en Cornelia Petronella Eland (IV-A), is geboren op zaterdag 18 oktober 1823 in Leiden (Zh), is overleden op vrijdag 5 december 1884 in Den Haag (Zh). Adriana werd 61 jaar, 1 maand en 17 dagen.
Adriana trouwt op woensdag 24 september 1856 in Leiden (Zh) (BS Leiden akte 208) op 32-jarige leeftijd met de 47-jarige Cornelis Stroo, zoon van Abraham Stroo en Christiana Wilhelmina Sala. Cornelis, luitenant-kolonel N.O.I. leger, is geboren op woensdag 31 mei 1809 in Alkmaar (Nh).
Van Cornelis en Adriana zijn twee kinderen bekend:
1 Christiaan Wilhelm Cornelis Marie Stroo is geboren op dinsdag 23 juni 1857 in Leiden (Zh).
2 Adriaan Frederik Wilhelm Stroo is geboren op vrijdag 12 september 1862 in Leiden (Zh) (BS Leiden akte 1036).
V-C Arendje Petronella Anemaet ook genaamd Arendje Petronella Anemaat, dochter van Cornelis Anemaet en Elizabeth Simonda Hendrika Eland (IV-B), is geboren op donderdag 20 november 1823 in Oude Tonge (Zh) (bron: Genlias huwelijksakte 1849), is overleden op donderdag 27 november 1851 in Oude Tonge (Zh) (BS Oude Tonge akte 91). Arendje werd 28 jaar en 7 dagen.
Arendje trouwt op donderdag 24 mei 1849 in Oude Tonge (Zh) (BS Oude-Tonge akte 10) op 25-jarige leeftijd met de 29-jarige Johan Rutger Boeije, zoon van Jacobus Boeije en Lena Moolenburgh. Johan is geboren op maandag 22 mei 1820 in Noordgouwe (Ze) (BS Noordgouwe akte 11).
Johan was later gehuwd (2) met Simonetta Elisabeth Hartevelt (zie IV-C.1).
Van Johan en Arendje is een kind bekend:
1 Helena Jacoba Boeije is geboren op vrijdag 5 april 1850 in Maassluis (Zh) (BS Maassluis akte 26).
V-D Simon Eland Anemaet, zoon van Cornelis Anemaet en Elizabeth Simonda Hendrika Eland (IV-B), burgemeester van Oude Tonge, is geboren op zondag 3 april 1825 in Oude Tonge (Zh), is overleden op zaterdag 24 oktober 1891 in Oude Tonge (Zh) (BS Oude Tonge akte 42). Simon werd 66 jaar, 6 maanden en 21 dagen.
In 1967 kreeg de gemeente Oostflakkee een schenking van mevrouw Van der Vaart-de Vlieger uit Bennekom: een poppenhuis met de naam Villa Nella Tient.
Het poppenhuis was gemaakt door de overgrootvader van de schenkster, Simon Eland Anemaet (1825-1891), ooit burgemeester van Oude-Tonge.
De gemeente Oostflakkee aanvaardde de schenking en bracht deze onder in het Streekmuseum te Sommelsdijk.
Daar is het poppenhuis nog steeds te zien.
In de Ouwe Waerelt staat het verhaal van het poppenhuis.
In een ander artikel is beschreven hoe een andere telg van de familie Anemaet het midden negentiende eeuw bracht tot lid van de Tweede Kamer en een rol speelde bij het vormen van de basis van onze democratie.
Thorbecke, de staatsman wiens naam daar in de eerste plaats mee verbonden is, bezocht Anemaet in Nieuwe-Tonge en ook daarover bericht de Ouwe Waerelt.
Simon trouwt op woensdag 27 april 1853 in Oude Tonge (Zh) (BS Oude-Tonge akte 9) op 28-jarige leeftijd met de ongeveer 26-jarige Pieternella Willems, dochter van Levinus Willems en Josepha Weijmans. Pieternella is geboren rond 1827 in Oude Tonge (Zh), is overleden na zaterdag 24 oktober 1891. Pieternella werd minstens 64 jaar.
Van Simon en Pieternella zijn drie kinderen bekend:
1 Levinus Josephus Anemaet is geboren in 1850 in Oude Tonge (Zh).
2 Elizabeth Anemaat is geboren rond 1854 in Oude Tonge (Zh), is overleden op dinsdag 6 december 1938 in Baarn (Ut) (BS Baarn akte 159). Elizabeth werd ongeveer 84 jaar.
Elizabeth trouwt op woensdag 23 april 1879 in Oude Tonge (Zh) (BS Oude Tonge akte 5) op ongeveer 25-jarige leeftijd met de 29-jarige Pieter Frederik Hendrik Volcke, zoon van Christian Wilm Volcke en Adriana Johanna Buningh. Pieter is geboren op vrijdag 22 februari 1850 in Zierikzee (Ze) (BS Zierikzee akte 44), is overleden op maandag 9 juli 1923 in Nunspeet (Ge) (BS Nunspeet akte 54). Pieter werd 73 jaar, 4 maanden en 17 dagen.
3 Cornelis Alettus Adrianus Anemaet is geboren rond 1855 in Oude Tonge (Zh), is overleden op vrijdag 21 september 1855 in Oude Tonge (Zh) (BS Oude Tonge akte 40).